dinsdag 30 oktober 2007

dag 46: Pusan, Korea. (on a foodtip)

Ik vertrok met noodweer uit Tokyo. Vanwege de hevige turbulentie moest zelfs het personeel van NothWest Airlines op hun plaats blijven zitten. Halverwege moet ons vliegtuig zijn neergestort, want ik word wakker in paradijs: Busan, Zuid Korea.

Op het vliegveld in Korea word ik opgewacht door mijn gastvrouw en inmiddels mijn beste vriendin Sunghee. Sunghee is perfect: ze is grappig, slim, spreekt beter engels dan ik, spreekt vloeiend koreaans (en dat is verdomd handig hier) maar bovenal vervult ze al mijn wensen: zo sjokken we dus van restaurant naar restuarant en blijven we stilstaan bij iedere straatventer.Ik had haar per email al gewaarschuwd dat ik voor een foodtrip zou komen. We beginnen gelijk al goed met een lunch op de Jagalchi vismarkt. Verser kan niet. Je wijst wat spartelende vissen aan en even later liggen ze als dunne plakjes sahimi (rauwe vis) voor je neus.
En dat is nog niet alles er volgen nog andere koreaanse specialiteten, zoals Oyster rice soup, duen jang chi gae, hanjeongsik en natuurlijk Bulgogi. Bij allegerechten krijg je ontelbare side dishes: vis, groenten, stew en allerlei kimchis. Eigenlijk te veel om op te noemen, maar ook te veel om op te eten.'s avonds barst ik uit mijn voegen. Voor straf moet ik van mezelf naar mijn hostel op de 29e(!) verdieping lopen.

Sunghee verbaast zich inmiddels over mijn eetlust en dat ik ook alles lust. "You are not typical western" zegt ze als ik met zichtbaar plezier de zoveelste kimchi naar binnenwerk. Ik vertel haar dan ook dat ik ik niet blank ben maar Whasian! Het is alsof ik in Korea ben thuis gekomen. Misschien hebben mijn ouders me destijd geadopteerd. Daarom heb ik als kind ook zo vaak in het ziekenhuis gelegen. Je transformeer ook niet makkelijk in een blanke jongen met blauwe ogen en blond haar.

De volgende dag wil Sunghee wel eens testen of mijn vermoedens kloppen en neemt ze me mee naar een Jjimjilbang. 'If you like this, you might be Korean", grapt ze. Jjimjilbang wordt in de Lonely Planet omschreven als 'the Korean art of doing nothing' En dat is het ook. Het gebouw bestaat uit een aantal kamers en is een soort mix van onze sauna en de traditionele koreaanse slaapkamer (vergelijkbaar met de japanse kamers met tatimi matten). De kamers hebben verschillende temperaturen (van ijskoud tot superwarm) en zo doe je een tijdje helemaal niets en lig je daar een beetje te relaxen in een supersize sportbroek en t-shirt. Ik vind het geweldig!!


Vond ik Thailand al een gewelkdig culinair land: kijk eens naar de volgende fotos. Sorry Thailand je staat nu tweede.

en dit zijn 'maar' de side dishes



De twee vissen spartelden 15 minuten geleden nog in het water.

Het gerecht heet Hoe en je spreekt het uit als Weeh of Feeh.

Dat hoor in elk geval Sunghee zeggen, maar ik spreek het niet goed uit.



Uiteindelijk maak je er een feestelijk pakket van.



Bulgogi!! maar dan nu in Korea.



Dus nog meer sidedishes



En Koreans like to wrap it up




Hanjeongsik of te wel Korean Dinner

en geloof me niet alles paste op deze foto.

In die grote pot dat lijkt op aardappelsoep zit een soort zoete

Koreaanse sake: super lekker!

vrijdag 26 oktober 2007

DAG 44: Raster Noton

12 mei 05:00 's nachts neem ik hartelijk opscheid van Kangding Ray. Next time we will see eachother in Tokyo! Gisteren was het dan zo ver. Het raster noton label (naast Kangding Ray ook Cibo, Olaf Bender, Carsten Nicolai en Frank Brettschneider) gaf een geweldige showcase voor een uitzinnige menigte. Zodra het beeld uitelkaar spatte stond het publiek te joelen. Een geweldige afsluiting voor mijn eerste deel in Japan, over een paar uur vlieg ik zonder slaap naar Korea.







woensdag 24 oktober 2007

DAG 43: I am sorry.

Om eerlijk te zijn valt Tokyo tegen. Het kon ook niet anders na zo'n geweldige start. Het zegt al genoeg dat ik bijna geen fotos genomen heb. Inmiddels heb ik wel een paar goede optredens gezien. Een prachtige multimedia installatie van Ryuchi Sakamoto (Life) en uiteindelijk toch een paar goede films op TIFF. Maar wat kan ik zeggen over Tokyo. Tokyo is geen stad, maar een grote shoppingmall. Soort Lijnbaan en Kalverstraat getransformeerd in een grote stad. Dat geeft me inmiddels wel de tijd om een paar dingen over Japan te schrijven. waar ik eerder geen tijd voor had. Natuurlijk zijn het allemaal vooroordelen en daarvoor nu al mijn verontschuldigingen. Het enige dat ik kan zeggen. Alles wat ze over nederlanders zeggen is ook waar!

1. Sumimasen (I am sorry)
Het enige japanse woord dat ik tot nu toe geleerd heb, is sumimasen, of te wel sorry. Het is de lijfkreet van iedere Japanner. Ze zeggen sorry op alles en dan ook werkelijk op alles. Mijn irritatiegrens werd bereikt in Nagasaki. Ik verbleef in een vrij oud en krakkemikkig guesthouse. Net als de guesthouse was de gastheer al ruim de 70 gepasseerd. Volgens de Lonely Planet sprak de behulpzame eigenaar engels. Dat kon hij ook, maar elke zin werd aangevuld met 'i am sorry'. 'Welkom, i am sorry'. 'Can You put you shoes of, i am sorry'. 'Would you like to take a shower, i am sorry'. 'I will show you your room, i am sorry'. De nogal schimmelige kamer stonk naar rook, dus ik wilde een raam open doen. In al mijn onhandigheid en vermoeidheid trok bijna het complete raam uit de gevel. Mijn gastheer stond te beven en het enige wat hij kon zeggen was: 'You are very strong man, i am sorry. This is very old house, i am sorry, you carefull, i am sorry'. Ik kreeg terplekke moordneigingen. Toen ik de volgende dag weer vertrok, riep hij me nog vrolijk na. Have a nice day, i am really sorry!

2. Irasshaimase
Naast Sumimasen het woord dat je hier het meeste hoort. Irasshaimase betekent welkom en je kunt werkelijk geen winkel binnenlopen zonder een tsunami van Irasshaimase over je heen te krijgen. Als iemand je binnen ziet komen, schreeuwt hij je welkom, en zonder omkijken en bang om iets te missen roept de rest van het personeel tot in de verste hoek van het magazijn ook Irasshaimase. Als de manager toevallig op het toilet zit, hoor je nog een dof irasshaimase. En laten we wel wezen in Japan is er werkelijk geen gebrek aan personeel. Voor iedere klant staan er gemiddeld 4 man personeel klaar.
In Kyoto zag ik een auto een tankstation binnenrijden. Het was of Schumacher een pitstop maakte. 4 mannen stonden binnen no time rond de auto. 1 man tankte, 1 man maakte de voorruit schoon en twee mannen stonden de wieldoppen te poetsen. Na 10.4 seconde reed schumacher al weer verder.
De warenhuizen in Japan zijn tevergelijken met de Bijenkorf, kleine producteilanden. Hier staan echter 6 tot 8 dames achter de toonbank. Als je naar binnenloopt krijg je een emmer Irasshaimase en plastiche glimlachen over je heen gestort.

Ik kwam een meisje tegen. Ik kreeg terplekke medelijden toen ze me vertelde dat ze op Namba station werkte, zo;n beetje de drukste en grootste winkelstraat in Osaka. Ze gaf toe dat aan het eind van de dag ze te moe was om nog iets te kunnen zeggen. Maar ja het is standaard Policy om welkom te zeggen, het is not done om niets te zeggen. In Matsuyama liep ik een 7-eleven binnen en 4 dames schreeuwden tegelijker tijd,in een high pitch voice, als een professioneel fins schreeuwkoor, Irassjhaimase. Ik moest gewoon een paar stappen terug doen vanwege de muur van geluid. Ik deed moeite om mijn lach in te houden, toen ik zag dat een van de meisjes zich ook omkeerde omdat ze in de lach schoot, kreeg ik het gevoel dat dit af gesproken werk was. Een soort protest tegen deze stomme regel. Een keihard 4 stemmig Mata Aimasho (standaard policy see you again) achtervolgde me naar buiten.

3. Vrouwen en hakken
Mocht 'marathon op hoge hakken' ooit een olympische sport worden dan zijn de japanse vrouwen zwaar favoriet. Volgens mij worden ze zo geboren. Ben Johnson op amphetamine zou op de 100meter eruit gelopen worden. In een klein dorpje zag ik een meisje van 13jaar een sprint trekken op naaldhakken om de trein te kunnen halen. Ze moest ruim 500meter sprinten om de trein in te halen. En ze haalde het. De europese dame naast me was verbijsterd en stamelde vol bewondering: dat was niet mogelijk, dat was niet mogelijk.
Bovenaangekomen bij een of andere stommme tempel, vond ik dat ik een prestatie geleverd had. Im 35graden celcius had ik toch even 300 treden naar boven gelopen. Ik stond nogal puffend, bezweet te genieten van het uitzicht over de stad. Naast me stond een japanse dame, gekleed alsof ze uitging naar de meest hippe tent in amsterdam: volledig opgemaakt, hippe jurk aan, Louis Viutton tas om haar arm en natuurlijk op naaldhakken, fotos te maken met haar mobiel. Toen ze klaar was met fotos nemen, draaide zich om en liep weer koel de berg af. What de fuck.
Toen ik ging raften, maakte ik me een beetje zorgen. Voor me liepen twee dames op stilettohakken op weg naar het raftcentrum. Ik werd een beetje angstig, die gaan echt zo raften en stappen zo die luchtboot in, dacht ik. Ik wist niet hoesnel ik mijn reddingsvest moest aantrekken.

zondag 21 oktober 2007

DAG 40: Tokyo international filmfestival



Ik had het natuurlijk kunnen weten, als er een kwartier van te voren nog kaarten te krijgen zijn dan zal de film niet voel soeps zijn. Twee uur later verlaat ik de zaal met verbazing en tranen van het lachen de zaal. Wat had deze film in godsnaam tussen al het filmhuisgeweld te zoeken.

Decoor is het 20e internationale filmfestival van Tokyo. Een keur van nieuwe aziatische films komt aan bod, maar ik weet een kaartje te bemachtigen voor de kinderfilm: Kung-Fu Kid. Hoofdrol speler in deze japanse film is de zevenjarige chinees Zhang, die met veel acrobatiek en een driedubbele rietberger op het podium verschijnt voor de perspresentatie. Hij krijgt dan al de handen op elkaar.

Methodacting is niet bedoeld voor kinderfilms maar overacting lijkt in Japan te zijn uitgevonden. Dus trekt er een bonte stoet van briljant overacterende mensen ons voorbij. Iedereen gilt en trekt rare bekken. Zo hebben we de strenge sm-meesteres met reiglaarzen en zweep, de travestiet die zich verkleed als schoolmeisje, een meisje dat binnen 3 tellen haar tieten ziet groeien want ze blijkt niet een 11 jarig schoolmeisje te zijn, maar 25 en undercover politieagente. En dan hebben nog de 7 jarige hoofdrolspeler, die bijna alle 36 kamers van shaolin doorlopen heeft, maar nog eerst even in japan de duivel, na het drinken van een pint bier (!), terug de hel in schopt. (de filmkenner ziet hier natuurlijk een tribute in voor kungfu klassieker the drunken master in) Daarna stijgt hij ten hemel en heeft hij zijn wijze les geleerd: vriendschap gaat boven winnen. Voor de liefhebber, deze nu al cult film gaat in april 2008 in premiere en ik verwacht dat de film naar huis gaat met de publieksprijs in rotterdam.

dinsdag 16 oktober 2007

dag 33: Flying a helicopter

's Ochtends kreeg ik nog een mailtje van mijn ouders. "We hebben je dagboek gelezen en zijn stinkend jaloers op je. Wat doe je veel leuke en mooie dingen. We ontdekken nu kantjes van jou die we voorheen niet gedacht hadden dat je dat allemaal zou ondernemen"
Nu vind ik zelf dat ik niet echt nieuwe dingen doe, maar diezelfde dag moet ik mijn ouders groot gelijk geven. Een paar uur na het mailtje van mijn ouders vlieg ik in een helicopter (en ik haat vliegen)!

Aso is een vulkanisch gebied in Kyushu. Het plaatsje ligt in een krater met een doorsnede van 128km. Inmidels liggen in dit gebied al meerdere dorpen en steden. Meeste vulkanen zijn uitgedoofd, maar Naka Dake beroert zich nog steeds. Ik ruik de rotte eierenlucht al, die de Naka-Dake vulkaan in giftige rookwolken uitspuwt als ik de bus uitstapt. Deze vulkaan heeft in het verleden al slachtoffers gemaakt onder toeristen. Vandaar dat ze tegenwoordig een stuk voorzichtiger zijn, inademen van de lucht kan levensgevaarlijk zijn. Vandaag bof ik dus niet. De vulkaan is aktief en de weg naar boven is afgesloten. Teleurgesteld druip ik af, ik had me zo verheugd om een vulkaan te zien, nu kan ik alleen de top in de verte zien.

Terwijl ik weer afdaal naar het vulkaanmuseum valt me opeens de helikopter op die in het veld land. Ik dacht dat het de milieupolitie was, die af en toe metingen deed. Er staan hier honderden toeristen te wachten om naar boven te gaan. Maar het is niet de milieudienst, maar een kleine groep die rondvluchten organiseert. Omdat het een beetje offroad is, ontgaat iedereen dit blijkbaar. De prijs is zeer schappelijk. Mijn besluit is snel genomen, ik vind vliegen eng, maar ik ben niet dit hele eind voor niets gekomen.

Busladingen toeristen hebben het deze dag moeten missen, maar ik had een prachtig uitzicht op de krater!!!!



pappa alfa bravo we're taking off!



Naka Dake

zaterdag 13 oktober 2007

dag 31: Yakushima stories

Ondanks haar ademautomaat zie ik haar gulle glimlach terwijl ze mij aankijkt. Mai weet dat ik dit fantastisch vind. We liggen samen op de bodem van zee en nog geen meter van ons vandaan ligt een jonge blauwe zeeschildpad ons boos aan te kijken, omdat we hem net uit zijn middagdutje gehaald hebben. Na onze eerste duik was ik een beetje teleurgesteld, omdat "mr turtle" niet thuis was. Een andere duikinstructeur wees Mai erop dat ergens anders ook nog een schildpad moest zijn. Ik ben nogal een grootverbruiker als het om zuurstof gaat, dus Mai was al tot de conclusie gekomen: we need a bigger tank, i want to dive for an hour. Mai heeft inmiddels al 3000 duiken op haar naam, ik kom nu tot 13.

Ik ben aan Mai gekoppeld door Native vision, een outdoorcentrum op Yakushima, het eerste en grootste eiland ten zuiden van Japan. Het eiland heeft een unieke vegatatie vanwege het klimaat. Het is warm en zeer vochtig, het regent hier dan ook 35 dagen per maand. Het eiland heeft hoge bergen met oerbossen. Cedar bomen die meer dan 1000 jaar oud zijn. Ook de zee heeft unieke bewoners. Doordat koude en warme stromen hier samen komen, heb je veel verschillende soorten vis op een plek.
Als ik met de Ferry aankom op Yakoshima meld ik meteen bij Native Vision om een duik en een hike te regelen. Ik word in een super klein kantoor ontvangen door drie giegelende dames. Degene die mij helpt, schudt telkens lachend haar hoofd en mompelt verbaast "Hollanda, Hollanda". Busladingen japanse toeristen worden hier dagelijks gedropt, maar 1 hollander ertussen doet de wenkbrauwen fronsen. Hoe ben jij hier beland?
Ook mijn duikinstructrice geeft toe dat ze Nederland op de kaart had moeten opzoeken. Ze was tot de conclusie gekomen dat het dicht bij Belgie ligt (het land dat ze wel kende vanwege de chocola)
Na de tweede fantastische duik ben ik in totale euforie. Dit was fantastisch. Mai is een geweldige gids en heeft me veel bijzondere creatures laten zien.Ik zeg tegen Mai dat ik Manta Rays wil zien. "I am going to kill you if you will see manty rays! I dived 3000 times and never ever saw a manta ray. You just had 11 dives and then allready see manta rays!"
Mijn volgende missie is duidelijk! Nu weet ik zeker dat ik voor mijn 'advance cursus duiken' ga in Cairns (australie) bij the great barrier reef. De tickets zijn al geboekt.
Mai

De volgende dag wordt ik heel vroeg opgehaald door mr Nonoyama voor een trektocht door een van de vele natuurgeboeden van Yakushima. Ik schat hem ergens midden 50 en hij is hier al 20 jaar gids. We gaan een hike maken van 10km met de twee vriendinnen Mayuko en Nami. Als mr Nono iets uitlegd kreunen ze tegelijkertijd op een heel schattige manier.
Voor het eerst heb ik mijn "lost in translation" ervaring. Mr Nono spreekt namelijk niet heel erg goed engels, maar is uitgebreid aan het woord. Als hij beseft dat hij het hele verhaal in het engels moet vertellen, scheldt hij tot groot genoegen van de twee vriendinnen eerst even in het japans. Om vervolgens te zeggen, this is a very old tree but not the yayoisugi tree. Blijkbaar is dit de boom waar we op zoek naar zijn, maar na twee uur heb ik alleen nog "very old tree, but not yayoisugi tree" bomen gezien. Ik begin het bijna irritant te vinden, waar de fuck is die klote boom! Allemaal omkappen op die yasoisugi boom na dan, dat maakt het zoeken wat makkelijker. Een van de vriendinnen ziet mijn gezicht na de duizendste boom betrekken en zij maakt zelfs nu het grapje "but is not the yayoisugi tree" Gelukkig is het hele eiland beschermd gebied, dus mag ik niet aan de slag met de bijl.
Na 3 uur hebben we hem dan eindelijk gevonden, de yayoisugi cedar, bijna 3000jaar oud!!
Onderweg zien we herten, die met een zeer innemende aaaaahhhhh ontvangen wordt, en apen. Er worden duizenden fotos gemaakt onderweg.
Op de terugweg begint het heel hard te regenen. Eigenlijk niet zo erg, want het bos wordt er mystrieus en sprookjesachtig door. Geen wonder dat Miyazaki zijn animatiefilm Princess Mononoke door dit bos heeft laten inspireren.
Er lopen hier op het eiland 415 gidsen rond, in het hoogseizoen moet mr Nonoyama er iedere dag met een groep toeristen erop uit trekken. Wandelingen van 10 tot 20 kilometer. Behalve morgen, morgen heeft hij een vrije dag. Zoals hij het zegt, ga ik de hele dag uitslapen, maar niet voordat ik me vanavond ga bezatten. Het is hem gegund!


de top 1800m hoogte


dat is hem dan! Yayoisugi




na afloop uitgeteld

woensdag 10 oktober 2007

DAG 27: Kashiwashima

Vlak voordat we het dorp Kashiwashima inrijden stopt de buschauffeur en begint uitgebreid in het Japans tegen me te spreken. Ik heb werkelijk geen flauwbenul weaar hij het over heeft, maar misschien vraagt hij me waar ik verblijf . ik begin druk te bladeren in mijn aantekeningen en wijs de naam aan. Inmiddels staat hij buiten druk te gebaren dat ik naar buiten moet komen. We staan op een fantastisch uitkijkpunt en zien in de verte het schiereiland liggen! en ik ga hier straks duiken, ik begin er gelijk zin in te krijgen.

Kashiwashimna bestaat uit 15 huizen en er zijn in totaal zijn 15 duikscholen, duidelijk een favoriete duikplek in Japan dus. Als we het dorp binnenrijden zie ik aardig wat japanners in wetsuits door de straten lopen. De buschauffeur vraagt me waar ik ga duiken en opnieuw laat ik hem de naam van de guesthouse en duikschool zien. De buschauffeur pakt zijn mobiel en even later wordt ik door een busje opgehaald.

Dankzij een regeltje in de lonely planet ben ik hier terecht gekomen, maar veel buitenlanders komen hier niet duiken. Niemand spreekt hier Engels. Gelukkig kan je toch niet onder water spreken en bestaat de communicatie toch vnl uit gebaren.

Ik maak duik nr 9, 10 en 11 (joepie ik zit in de dubbele cijfers). Het zicht tijdens de eerste duik is verbluffend, je kan zeker 30m ver kijken. Er zit hier heel veel soorten kleurrijke vis, maar het koraal ziet eruit als wasteland. Niet gek als je weet hoeveel mensen hier komen duiken en mijn gids geeft in elk geval niet het goede voorbeeld. Hij zit aan het koraal, draait stenen om, zit los koraal en woelt door planten om te kijken of er iets zit. Hij heeft ook een aanwijsstokje bij zich en jaagt daar af en toe een octopus of wat anders mee op. Kan je nagaan als hier busladingen japanners komen duiken. Voor mij is het even een goede oefening om mij skills weer een beetje op te halen.

Er is geen engels namenboek aanwezig dus heb ik inmiddels tatejamakinchacudai, Mejina, Hakafugu, Hanaminokasago, Kibinago gezien!

DAG 24: Almelo!


(speciaal voor Michel)




Ik kom duidelijk niet uit Japan, dus wordt er regelmatig gevraagd waar ik vandaan kom. Nu wordt Nederland door buitenlanders meestal geassocieerd met Amsterdam en drugs, behalve hier in Japan. Holland zegt nog wel iets, tulpen en molens, maar bij Amsterdam zie ik toch vaak vragende gezichten. Maar tot mijn grote verbazing zegt mijn buurvrouw Shiho tijdens het eten in de guesthouse: "Almelo, ligt toch in nederland?" Ik hoor het haar toch duidelijk zeggen. Ze weet zelfs dat Heracles daar speelt. Ik verslik me bijna in mijn eten, en uit mijn ongeloof . Hier in the middle of nowhere......een aziatische die naar almelo wilt.
Volgende dag wordt er een groepsfoto gemaakt en iedereen zegt Almelo inplaats van Cheese


( i am the white guy in the middle)


Ik zit midden in de natuur. De guesthouse staat geeft een fantastisch uitzicht over schijnbaar de mooist rivier van Japan: Yoshino-Gawa. Het wordt een actief dagje. s ochtends Raften en s middags canyoning. Laat de fotos voor zich spreken




woensdag 3 oktober 2007

DAG 21: Nao Shima

"hout en papier, daar zijn onze huizen van gemaakt" zegt mr Watabe. Om zijn woorden kracht bij te zetten schuift hij de lichte deur zenuwachtig op en neer en zegt triomfantelijk "kijk geen slot. Wij willen elkaar geen kwaad doen dus hoeven wij ons niet op te sluiten. Jullie hebben beton, steen en metaal nodig om jezelf te beschermen. Onze huizen zijn van hout en papier" Ik bedenk me dat dit niet het juiste moment is om te zeggen dat Japan toch behoorlijk agressief heeft huisgehouden in een groot deel van Azie, dus mompel ik dat het wel erg koud zal zijn in de winter. Nogmaals klappert Watabe met de houten schuifdeur en zegt, dat de zomers warm zijn en de winters heel koud. Geen verwarming, maar dat maakt de Japanse geest sterk! Ik dwaal af naar de documentaire die ik ooit zag waarin Japanse schoolkindertjes in de vrieskou in alleen een ondebroek door de sneeuw naar school werden gestuurd. Puur om hun geest te harden. Dus ik kan niet anders dan instemmen met Watabe.

Ik ben inmiddels beland op Nao Shima. Een eiland in de binnenzee van Japan. Natuurlijk had ik al over Nao shima gelezen in de Lonely Planet, maar een amerkaanse muzikant/toerist had me er op gewezen dat je ook op het eiland kon blijven slapen. Dus verblijf ik nu in een mongoolse Yurt (=tent) aan een mooi zandstrand. Ik kan meteen zeggen dat dit het voorlopige hoogtepunt is van mijn reis. Noashima is namelijk omgetoverd door de Bennessee cooperation tot een ware oase voor de kunst- en architectuurliefhebber. Er staan namelijk twee moderne musea van Tadao Ando op dit kleine eiland en het visserdorp Honmura is omgetoverd tot een soort Rural Explorers. Zes oude huisjes zijn gerenoveerd en in ieder huis is een kunstwerk te zien. Dus zie je vnl vrouwelijke kunstliefhebbers gewapend met plattegrond zich door het verder totaal uitgestorven dorp banjeren.

Watabe is suppoost in een van die huisjes. En voordat hij zijn "zen" betoog begon over de eenheid tussen natuur, mens en de japanse geest, had hij zich er net over verbaast dat er zoveel buitenlandse architecten naar Nao shima komen en zo weinig kunstenaars. Dit heeft natuurlijk te maken met de aantrekkingskracht van de japanse architect Tadao Ando. En laten we wel wezen zijn ultieme project staat hier op dit eiland: het Chinchu Art museum. De belevenis van dit project is bijna onmogelijk te beschrijven.

De familie Fukutake bezit 5 werken van Monet, om dit werk aan iedereen te kunnen laten zien werd aan Ando gevraagd om een museum te ontwerpen op het eiland Naoshima. Daarnaast werd aan Ando gevraagd om samen te werken met de kunstenaars James Turrell en Walter de Maria om twee extra ruimten toetevoegen aan het geheel. De kunstenaars moesten zich laten inspireren door het werk van Monet. Met andere woorden het gebouw van Ando moet gezien worden als een kunstwerk op zich en worden er verder maar 8 werken getoont in dit immense gebouw. Algemene thema is licht.

Uniek is dat het werk van Monet te zien in speciaal difuus daglicht. Ando heeft een ware tempel gebouwd om deze werken heen. De vloer bestaat uit kleine dobbelsteentjes van marmer waarin de kleuren van Monet in terug te vinden zijn. Wel je schoenen uit en pantoffels aan als je dit heiligdom wilt betreden. Buiten de zaal staat een suppoost nauwgezet het vuil dat van je schoenen afkomt al weer op te vegen. Want ieder smetje, ieder onnauwkeurigheid rust als een vloek op dit gebouw.

En dan het werk van James Turell. Een kunstenaar die speelt met het waarnemen en beleven van licht. Het mooiste voorbeeld daarvan vind je terug in een van de Arthouses van Namura, wederom een samenwerking met Ando. Je betreed het huis volkomen "Pitch Black" Totale ultieme duisternis waarin je niets waarneemt, een zeer onplezierige ervaring. Als je ogen en je gevoel aan het donker zijn gewend, neem je iets van licht, schaduw en contouren van je medebezoekers waar. Het is de bedoeling dat je na verkoop van tijd in deze ruimte probeert te lopen.

In het Chingu museum heeft James Turell ook zo iets uitgehaald. In een grote ruimte ontnemenen twee verschillende kleuren van blauw licht je ieder gevoel van dimensie, ruimte en diepte. Schijnbaar zit er halverwege de ruimte een afgrond, die je als zodanig niet waarneemt. Een japanse suppoost zorgt ervoor dat je niet naar beneden stort.

Een ding moet ik Watabe wel toegeven: Japan is bijzonder veilig. Nergens maar dan ook nergens voelt het onveilig aan. In het donker zie ik nog meisjes alleen over straat fietsen en gaan er meisjes, zoals hier op Naoshima, alleen op vakantie. Alleen is die japanse geest wel een beetje star. Van improvisatie hebben ze hier nooit gehoord, Vol is vol en nee is nee, om dat te bekrachtigen hebben ze ook nog eens het lelijkste gebaar ooit verzonnen, twee over elkaar gekruiste armen.

:s Avonds vertel ik mijn tafelgenote Nazumi dat ik af en toe moe wordt van dat gebaar. In geen enkel museum kan je een foto maken zonder dat er zo;n suppooste wreed met haar gekruiste armen voor je staat. Als ik daarna de fotos van het Chingu museum laat zien, giegeld ze, kruist ze haar armen over elkaar en vraagt ze " no, no?"
Ach ik blijf natuurlijk nederlander en probeer iedere vorm van autoriteit te ondermijnen.